Pre-Arische periode :


Oorsprong van het hindoeïsme :

Het woord hindoe komt van Sindhu. Dit is een naam van een volk dat woonde aan de rivier de Sindhu (in noord India: de Indus ).
Sindhu werd door de Perzen fonetisch in “hindoe” veranderd.
Het hindoeïsme is niet eenvoudig te omschrijven. Het is geen religie in de zin van het Jodendom, de Islam of het Christendom. Het hindoeïsme kent geen grondlegger zoals de meeste godsdiensten. De oude naam voor het hindoegeloof was Sanatana Dharma (= eeuwige wet) en deze wet zou altijd al hebben bestaan.
Hindoeïsme wordt vooral gezien als een levenswijze en niet slechts als godsdienst.

Het oude India :

Aangenomen wordt dat de mens rond 400.000 v. Chr. naar het Indiase subcontingent kwam. De volken van het oude India vonden het niet belangrijk om hun geschiedenis vast te leggen. Rond 3500 v. Chr. ontstond de eerste grote beschaving in de Indusvallei gelegen in het huidige Pakistan.
Er ontstonden 2 grote steden namelijk Harappa (gelegen in Punjab) aan een zijtak van de Indus en Mohenjo –Daro gelegen aan de Indus zelf.

Beide steden hadden waarschijnlijk 30.000 inwoners. De steden hadden elk een citadel en gemeenschappelijke graanschuren. De overblijfselen van deze Indus-of Harappa cultuur laten zien dat deze cultuur sterk georganiseerd was.
De straten en huizen waren volgens een raster aangelegd. De meeste huizen hadden badkamers. De geplaveide straten met bakstenen overdekte rioleringen wijzen op een hoogontwikkelde beschaving.

In Lothal aan de golf van Cambay bouwden zij een grote haven. Zo werd handel gedreven met Mesopotanië en Egypte. Men was erg bedereven in het bewerken van hout, koper, bron en ivoor. Dit was ook het eerste cultuur dat katoenen doeken maakte.

Op de zeepstenen stempels bevinden zich vele fraaie afbeeldingen en een nog niet-ontcijferd schrift. Uit de afbeeldingen kan men afleiden dat ze een heilige stier en een gehoornde god aanbaden. Dit zou een vroege vorm van Shiva kunnen zijn.
Verder zijn er stenen ringen en fallusvormige stenen gevonden die kunnen wijzen op yoni en linga ( vrouwelijk en mannelijk voortplantingsorgaan ).
Ook zijn vele vrouwenfiguurtjes gevonden die kunnen wijzen op het geloof van een Godin of Moeder van vruchtbaarheid en leven.

Harappa en Mohenjo –Daro werden in loop der tijd aangevallen door indringers daarnaast werden zij ook getroffen door overstromingen.
Mogelijk dat ook klimaatveranderingen geleid heeft tot verval van deze steden.

De Indus cultuur op haar hoogtepunt bestreek een gebied dat grensde in het westen tot aan Iran, in het noorden aan de uitlopers van de Himalaya en in het oosten tot aan het land tussen de Ganges en Jumna. De stad Mohenjo-Daro maakte een periode van bloei door tussen ongeveer 3500 en 1700 v. Chr.

In Zuid –India bloeide de neolithische Deccan-cultuur op tussen 2500 en 1000 v. Chr.

Tussen 3000 en 1500 v. Chr. drong een volk, dat zichzelf Arisch (Ariër van Arya wat edel of nobel betekent in Sanskriet) noemde India binnen.
Het waren Indo-Iraniërs uit Iran, de meest oostelijke groep van de Indo-Europese volken. Deze Arische herdersstammen namen hun goden mee. De goden van de oorspronkelijke bewoners van India werden door hen opgenomen.
In hoeverre hun geloofsovertuigingen hebben bijgedragen aan de Veda’s en in hoeverre de vedische wijsheid al in India aanwezig was blijft onduidelijk.

De religie en mythologie van India zijn het product van deze 3 culturen samen.

Nog niet ontcijferd mogelijk Shiva Grote badplaats, mogelijk een publieke badhuis