Krishna :



Avatar 8 :

Krishna, (de Zwarte) is de belichaming van liefde en de goddelijke vreugde die al het leed vernietigt. Vishnoe komt nu als Krishna om Kamsa, de slechte koning van de Yadava’s in noord India te verslaan. Deze incarnatie wordt als meest belangrijke gezien.

Krisna is de zoon van Devaki de zus van de slechte koning Kamsa. Kamsa wilde het kind doden omdat voorspelt was dat een kind van Devaki hem zou doden maar Krishna werd naar het platteland gesmokkeld door de echtgenoot van Devaki.
Vishnoe zou 2 haren uit zijn hoofd geplukt hebben een zwarte en een witte haar. Deze haren kwamen in de baarmoeder van Devaki. Uit de witte haar kwam Balarama uit de zwarte haar Krishna.

Krishna werd grootgebracht door de Koeieherder Nanda en zijn vrouw Yasoda.
Krishna haalde tijdens zijn jeugdjaren veel kattekwaad uit zo stootte hij altijd de melkkannen van zijn moeder omver en snoepte hij vaak van haar boter. Tijdens zijn kinderjaren doodde hij de demon Pytana en de vijfkoppige slangendemon Kaliya gestuurd door Kamsa. Als jongeman speelde hij met de gopi’s, de herdersmeisjes. Zijn meest favoriete gopi was Radha (incarnatie van Lakshmi). De liefdesrelatie tussen Krisha en Radha en de toewijding van Radha aan Krishna is nog steeds een voorbeeld voor de devotie aan god (bhakti). Krishna keerde later terug naar Mathura en doodde de slechte koning Kamsa. Hij werd de nieuwe koning en leidde zijn volk naar Dvaraka aan de west kust van India (nu Gujarat).

In de oorlog van Pandava’s en Kaurava’s (Mahabharat) wilde hij niet meevechten. Hij werd de wagenmenner van Arjuna. In de Bhagavad Gita geeft Krishna Arjun advies als deze twijfelt of hij moet doorzetten in de strijd en twijfelt over zijn dharma als soldaat. Krishna geeft ook diepzinnige lessen over de juiste levenswijze en hij openbaart zich de almachtige heer van al het leven.

Krishna ( de Zwarte) is waarschijnlijk voorgekomen uit de donkere (zwarte) dravidiërs in het zuiden van India. De naam Krishna wordt al genoemd in de Upanishads. In de Bhagavad Purana en de Mahabharata wordt hij uitvoerig beschreven.

Krishna en Radha Krishna en Radha
Krishna en Radha Krishna en Radha
Krishna Krishna
Krishna Krishna
Krishna Krishna en Arjuna
Krishna en Arjuna Krishna en Arjuna
Krishna Krishna en Radha
Krishna Krishna en Radha
Krishna Krishna en Radha
Krishna