Masoor dahl

Linzen zijn kleine, platte, halfronde zaden die dan ook altijd met z’n tweeën in één peul groeien. Ze zijn verkrijgbaar in allerlei kleuren en soorten. Zo zijn er linzen en de kleuren groen, rood, bruin, grijs, geel en zwart.
Sommige soorten hebben spikkels op de velletjes zoals de (vrij grote) Spaanse bruingrijze Pardina linzen en de (kleinere) Franse (leger)groene Du Puy linzen met donker grijze (haast staalblauwe) spikkels.
Linzen zijn van binnen doorgaans (licht) geel maar er zijn er ook die van binnen fel oranje / roze zijn: De Crimson linzen (met saaie vaal roodbruine velletjes).
Zwarte en witte linzen bestaan niet (zie oerdie/uradboon).
In India zijn linzen een belangrijk ingrediënt voor curry ‘s. De bekendste linzen zijn grauwe of bruine.
Grauwe linzen :
Hele linzen – zaden met het velletje er nog om heen – worden ook wel grauwe linzen genoemd.
Ze blijven heel tijdens het koken, mits ze niet te lang gekookt worden.
Groene linzen (blonde linzen, Laird linzen) :
Deze worden geteeld in Noord-Amerika, Argentinië, Chili en Turkije.
Iets minder bekend zijn de kleine groene linzen. Ze worden ook wel ‘lentilles de Puy’ genoemd, omdat ze oorspronkelijk (en nog steeds) in de Franse Auvergne in de omgeving van Le Puy worden verbouwd.
Oranje linzen :
Uit de Oosterse keuken kennen we ook nog de kleine oranje linzen.
Oranje / roze (split) linzen zijn ontvelde ( Crimson) linzen die tijdens dat proces in twee helften uit elkaar gevallen zijn. Het is net zo’n product als spliterwten.
Ze worden meestal gewoon linzen genoemd. Ze zijn te herkennen aan de heldere kleur. Deze worden voornamelijk verwerkt in gerechten als dahl (een Indiase linzenschotel). De kooktijd is korter dan die van de andere soorten.
Deze ‘Split’-linzen worden ook wel dal of dahl genoemd (een afkorting van de volledige Indiase naam masoor dal ).
Smaak :
Andere naam :
Lentilles.
Dahl.