Zeef het meel en meng het in een grote kom samen met het karwij of sesamzaad, zout en bakpoeder.
Wrijf de ghee door het meel. Voeg zo veel water toe tot u een behoorlijk stevig deeg hebt.
Kneed minstens 5 minuten, tot het deeg glad en elastisch is en laat het dan een paar minuten onder een vochtige doek rusten.
Vul een kadhai voor 2/3 met ghee en zet hem op een matig hoge vlam.
Laat de ghee heet worden en rol intussen het deeg uit tot een groot vierkant van ongeveer een 1 cm dik.
Snij het deeg met een scherp mes in ruitjes of rechthoeken van ongeveer 5 cm lengte.
Laat de helft ervan voorzichtig in de hete ghee glijden. De temperatuur moet zo geregeld worden, dat de crackers in zo’n 5 minuten aan beide kanten goudbruin worden.
Haal ze met een schuimspaan uit de ghee en leg ze in een vergiet om uit te lekken.