Was de wortelen, schraap ze en rasp ze op het fijne gedeelte van een metalen rasp.
Smelt de helft van de boter en voeg er de geraspte wortel aan toe.
Stoof dit 10 minuten zonder deksel boven een matig hoge vlam, terwijl u regelmatig toert om ervoor te zorgen dat de wortel gelijkmatig gaar wordt en niet aanbrandt.
Voeg de melk, suiker, rozijnen, amandelen en rest van de boter toe. Laat alles nog zo’n 15 25 minuten koken, tot de halwa dik wordt en één massa vormt.
Doe de halwa over op een serveerschaal. Zodra hij genoeg afgekoeld is om iets mee te kunnen doen, vormt u hem tot een ronde koek van ongeveer 2½ cm dikte.
Garneer deze met de kardemom.
Zet de halwa een half uur in de koelkast zodat hij stevig wordt.
Snij er dan punten van en serveer ze als versnapering of dessert.