Maak eerst de siroop: kook het water met de suiker tot de suiker na zo’n 3 minuten opgelost is. Roer er dan het rozenwater doorheen en haal de pan van het vuur. Maak dan de melk warm.
Doe het melkpoeder, de bloem, de dubbelkoolzure soda en de kardemom samen in een kom. Wrijf er de ghee doorheen en giet er dan langzaam de warme melk bij. Meng alles tot u een stevig, maar goed kneedbaar deeg hebt. Maak van dit deeg 25 balletjes met een
doorsnee van ongeveer 2½ cm.
Doe dit op de volgende manier: neem een stukje deeg ter grootte van een walnoot tussen uw handpalmen. Rol het deeg tot een balletje door ronddraaiende bewegingen met uw handen te maken. Maak daarbij uw handpalmen niet hol; u moet ze juist goed strak houden en zelfs een beetje op het balletje drukken om het mooi rond te krijgen. Na een paar seconden vermindert u de druk tussen uw handen geleidelijk, terwijl u tegelijkertijd sneller gaat rollen. Als u het op de juiste manier doet, krijgt u een deegballetje dat volkomen glad is, zonder barstjes. Rol alle balletjes op deze manier. Als het deeg te droog wordt, kneed er dan wat meer melk doorheen. Als u wilt, kunt u een stukje kandij in elk balletje doen en de opening weer dicht maken. Als de balletjes gefrituurd worden, smelt de kandij.
Verwarm de ghee in een kadhai boven een zeer lage vlam. U moet de temperatuur zo laag mogelijk houden, zodat de balletjes langzaam en door en door gaat worden. Leg de balletjes in de ghee. Ze zullen eerst een paar minuten op de bodem blijven liggen. Zorg ervoor dat ze niet op de bodem aanbranden, door ze zachtjes met een schuimspaan los te maken. Als de balletjes naar de oppervlakte komen, draait u ze in de ghee rond door er elke 30 seconden met de achterkant van een schuimspaan overheen te strijken. Op deze manier worden ze
gelijkmatig gaar en bruin. Dit neemt ongeveer 25 minuten in beslag.
Tijdens het frituren kunt u de vlam iets hoger zetten, zodat de balletjes gemakkelijker kunnen opzwellen. Kijk of ze inderdaad gaat zijn, door er een uit de ghee te halen en er met uw vinger een deukje in te maken. Als het balletje meteen in zijn oorspronkelijke vorm terugveert, is het gaar. U kunt ook zien of ze gaat zijn door een balletje in de siroop te leggen. Als het na 3 minuten niet inklapt, is het helemaal gaat. Haal de balletjes uit de ghee en laat ze in een vergiet uitlekken. Leg ze daarna in de siroop, waar ze zacht en sponsachtig worden. Laat ze daar 30 minuten tot 4 dagen in weken. Gulab jamuns kunnen koud of op kamertemperatuur geserveerd worden.