Als u paneer maakt van melk die rechtstreeks van de koe komt, moet u eerst bijna alle room van de melk afscheppen. Als de paneer te romig is, vallen de kaasballetjes uit elkaar als ze gekookt worden.
Hang de verse paneer op, of pers de kaas zo lang onder een gewicht dat hij net niet helemaal droog is.
Leg de paneer op een werkoppervlak en kneed hem stevig, door hem steeds met de muizen van uw handen naar voren te duwen over de tafel,’ tot de kaas zacht wordt en uw handen vettig aanvoelen. Breek er nu stukjes ter grootte van een walnoot af en draai er balletjes van
die volkomen glad en rond zijn, zonder barstjes.
Bereid de siroop door het water met de suiker 5 minuten te laten koken. Giet de helft van de siroop in een kom, doe er wat rozenwater bij en zet hem weg om af te koelen. Zet de pan met de andere helft van de siroop weer op het vuur en laat de balletjes er voorzichtig invallen.
Geef ze genoeg ruimte om op te zwellen, want ze worden bijna twee keer zo groot. Regel de vlam zo, dat het water zachtjes blijft koken. Leg een deksel op de pan en laat de rasgulla’s tien minuten koken totdat ze flink opgezwollen zijn en sponsachtig aanvoelen.
Als de rasgulla’s staan te koken, sprenkelt u er af en toe wat koud water over. Daar worden ze sponsachtig en wit van. Hevel de balletjes nu voorzichtig met een lepel over de naar de koude siroop. Laat ze goed afkoelen. Geef uw gasten 2 of 3 rasgulla’s met een beetje siroop